Vrijdag 9 december rond 8 uur zag ik je in de trein van Rotterdam naar Den Haag.
Je droeg een motorjack en een fel blauw vest. Ik zat schuin tegenover je.
We moesten er beide uit op Holland Spoor. Ik wil nog wel een keer tegenover je zitten.
Ik hoor graag van je.